Een kranten artikel uit 1939, met dank aan de kleinzoon Frits Daarnhouwer Kapitein H.A. Daarnhouwer met pensioen De gezagvoerder van het ss Stuyvesant van de KNSM, legt na 43 dienstjaren het werk neer. Dertig jaar als kapitein gevaren. Gelukkig gevaren heb ik zeker! zei kapitein H.A. Daarnhouwer, gezagvoerder van het ss Stuyvesant, toen we tegenover hem zaten in zijn villa aan de Graaf Wichmanlaan te Bussum, en hij ons het een en ander vertelde uit zijn zeemansloopbaan. Op 1 november 1939 gaat kapitein Daarnhouwer na 43 dienstjaren bij de KNSM met pensioen. Kapitein Daarnhouwer, geboren op 14 augustus 1879 te Den Helder, stamt uit een zeemansgeslacht Ook zijn vader was gezagvoerder bij de KNSM. Het was dan ook niet verwonderlijk dat de jongeman op een goede dag in de jaren (1890) zijn schrede richtte naar de zeevaartschool in zijn geboorteplaats. Hij voelde zich tot de zee aan aangetrokken en hij was er vertrouwd mee. Als het kon ging hij met de vissers mee naar buiten. En met vrienden en schoolgenoten naar de haven van Nieuwendiep, waar de houtsleepers lagen. Merkwaardige schepen waren dat, afgedankte zeilschepen van de grote vaart, lek als een mandje die nog net goed genoeg waren om hout uit de Oostzee te halen. Voor de jongens van de zeevaartschool vormden deze een prachtig oefenterrein. Ze klommen er graag in, op en neer, en de stuurlui vonden het wel prettig, een beetje hulp. De 17 jarige stuurmansleerling Daarnhouwer was dan ook al met het water en de schepen vertrouwd toen hij op 16 september had gemonsterd op de ss Saturnus van de KNSMHij was een boffer, en zou dat zijn hele leven blijven. De vooruitzichten waren voor de koopvaardij officieren niet fraai in die dagen, er waren er met het diploma derde en tweede stuurman, die als matroos voeren. Na een goed jaar werd de leerling op regelmatige wijze derde, en de derde werd na vier jaar tweede, na twee onderbrekingen wegens dienstplicht. Weer drie jaar later was de tweede eerste stuurman geworden. De eerste tenslotte voer vijf jaar lang en werd toen gezagvoerder. Dat was in 1909, de heer Daarnhouwer was toen dertig jaar geworden EN kapitein. Hij zou het dertig jaar blijven. De KNSM had zes nieuwe schepen in de vaart gebracht in 1909. Zes eerste stuurlui werden dus tot gezagvoerder bevorderd. En stuurman Daarnhouwer, de boffer, stond als nummer zes op het lijstje. Zo maakte hij zijn eerste gezagvoerders reis van Amsterdam naar Bordeaux op het 750 ton metende ss Flora, een fonkel nieuw scheepje ((volgens de krant)1894-1915 FLORA, Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij N.V., Amsterdam-Nederland. 3 april 1915 op reis van Amsterdam naar Swansea, in de Ierse Zee tijdens stormweer bij Hartland Quai, gestrand en wrak geslagen)
Later zou hij gaan varen op de Middelandsezee en de Oostzee. Toen de Flora echter tijdens de wereldoorlog in het Bristolkanaal op de rotsen liep, zat kapitein Daarnhouwer er al lang niet meer op. Immers in het najaar van 1914 had hij het bevel over een ander nieuw schip gekregen, een 3000 ton vrachtvaarder. De eerste reis ging naar Cardiff waar kolen geladen werden voor Port Said, de glans van het nieuwe was er meteen vanaf. Het behoorde niet tot de taak, die de KNSM zich gesteld had, kolen te vervoeren van England naar Egypte maar het scheepvaartverkeer was in het begin van de oorlog volkomen ontwricht, zodat er wel meer bijzondere reizen werden gemaakt. De kapitein bleef voorlopig zwerven met zijn schip, van Port Said naar Sicillie, van Sicillie naar Lissabon, van Lissabon naar New York. Dat begon al aardig op de wilde vaart te lijken. Bij deze reis naar New York stak de kapitein voor het eerst de Atlantic over. Later zou hij dat nog vele malen doen. Tijdens diezelfde wereldoorlog (1) was de ss Orion van de KNSM een van de
schepen die graan haalden voor de Nederlandse regering. Zo lag kapitein Daarnhouwer in december 1916 te Baltimore te laden. Maar toen hij het anker zou hieuwen om met zijn lading het vaderland op te zoeken, kwam de order: wachten! Hij bleef wachten.... Vier maanden duurde het. Er waren nog vier andere Nederlandse schepen en verder nog vele Scandinavische schepen De vloot groeide voortdurend aan. Toen eindelijk de vaart naar de Europesche wateren weer veilig was waren het meer dan honderd schepen die tegelijkertijd de haven verlieten. Het was een machtig gezicht. Maar met een trieste achtergrond, de Nederlandse bemanning was gedrost in Amerika en kapitein Daarnhouwer had Grieken moeten aanmonsteren. En toen het schip de haven Halifax moest aanlopen voor onderzoek koste het moeite het volk aan boord te houden. Het gelukte echter om met de vreemde en niet bepaald toegewijde bemanning de bestemming te bereiken. De moeilijkheden voor de koopvaardij waren in de oorlogsjaren van toen van de zelfde aard als thans (1939). Alleen was er toen op de Noordzee een vrije vaargeul van 10 mijl breed, behoorlijk afgezet en aangegeven met lichtschepen (de Doggersbank-Noord en de Doggersbank-Zuid) en met lichtboeien. Kapitein Daarnhouwer maakte nog vele reizen tijdens de oorlog, maar afgezien van het feit dat hij in de haven van Messina tegen een staaldraadversperring was gevaren, is hem nooit iets overkomen. Mijnen?, ja gezien wel en gehoord ook. Maar geraakt nimmer. Na de oorlog volgden nog een paar reizen naar de Middellandsezee. In 1920 echter behoorde kapitein Daanhouwer tot hen die voor de KNSM nieuw gebied gingen verkennen. Hij kreeg namelijk het bevel over het ss Hermes, dat dienst ging doen op de toen geheel nieuwe
Zuid-Pacific-lijn, een verbinding van West-Europa met Curacao, Panama, Columbia, Equador, Peru en Chili. Kunstmest, zemelen, koper, katoen en wol werden er gehaald uit die verre landen. De navigatie leverde aanvankelijk moeilijkheden, want geen van de officieren was ooit in deze kustgebieden geweest, waar de inrichtingen in de havens, de baaien, en de reedes soms nog zeer primifief waren. Eens maakte kapitein Daarnhouwer er een overval op zijn schip mee. Het was in Talcanuani in Zuid Chili. Het bleef echter bij een poging. In 1923 kwam kapitein Daarnhouwer op het 11.500 tons vrachtschip Alkmaar, hij bleef er 5 jaar mee naar Chili varen.
Vijf jaar later stapte hij over op het ss Stuyvesant van de KNSM.
Deze laatste overplaatsing betekende een grote verandering, immers, de Stuyvesant is een passagiersschip, dat de verbinding onderhoud met Madeira, West Indies en New York. Tien jaar bleef kapitein Daarnhouwer op dit schip. Zijn laatste reis, die nu kort geleden beeindigd werd, was weer een oorlogsreis (1939 WO-II) met gedwongen oponthoud te Southampton Of hij ooit grote moeilijkheden in zijn loopbaan had ontmoet, vroegen wij de kapitein nog. Het bleek slechts eenmaal het geval te zijn, merkwaardig genoeg was dat dicht bij huis, namelijk in de buitenhaven van IJmuiden, toen zijn schip moest wachten om geschut te worden. Er was zwaar weer. De trossen braken, de een na de ander. Ook de reserve trossen begaven het een voor een. Eindelijk bleef er slechts een enkele vijf-duims stalen tros over. Die ene hield het . Was ook die geknapt, dan zou er grote averij aan schip en havenwerken zijn toegebracht. Het gebeurde niet, kapitein Daarnhouwer had voor de zoveelste keer het geluk met zich. Nu gaat deze zestig-jarige gezagvoerder met een prachtige staat van dienst met pensioen. Moge hij nog vele jaren van zijn rust kunnen genieten.